i6214530
1. Ritme
Er is geen sinusritme, er zijn geen P-toppen, de QRS complexen zijn smal, er is een onregelmatig ritme en de basislijn oscilleert onregelmatig.
Conclusie: er is sprake van atriumfibrilleren.
2. Frequentie
Ongeveer 2,2 hokjes tussen QRS complex = 300/2,2 = 136/min.
3. Geleidingstijden
• PQ-tijd = dit is de duur van atriale depolarisatie.
Dit is niet te berekenen omdat er geen P-toppen zijn. Normaal ligt het tussen de 120 en 220 seconde
• QT-tijd = duur van ventriculaire depolarisatie en repolarisatie.
Dit is te meten in afleiding II. De QT-tijd is 295ms.
• QTc-tijd = QT-tijd gecorrigeerd voor hartritme.
Dit is 400ms. Een normale QTc-tijd voor vrouwen is onder de 460 ms. Er is dus geen QT-verlenging.
• ST-tijd = duur van ventriculaire repolarisatie.
Deze is 100 ms.
• QRS-duur = duur van depolarisatie van ventrikels.
Dit is te meten in V1, hier is 80 ms. Een normale QRS duur is tussen de 60 en 100 ms. Het is dus niet te breed.
Conclusie: de geleidingstijden zijn normaal. Alleen is de PR-tijd niet te berekenen.
4. Hart-as
Bij een normale hartas is de het QRS complex positief in I en II.
Bij een intermediaire hartas is het QRS complex positief in I en aVF.
I is positief, aVF is licht positief, II is positief.
Conclusie: er is een normale/intermediaire hart-as.
5. P-top morfologie
Wanneer de P-toppen normaal zijn dan zijn deze positief in I en II en bifasisch in V1.
Conclusie: er is bij deze patiënt atriumfibrilleren en hierbij zijn geen P-toppen.
6. QRS morfologie
• Er zijn geen pathologische Q-golven.
• Bij ventrikelhypertrofie raken de toppen van de QRS complexen elkaar aan. Dit is niet het geval.
• Wanneer het QRS-complex kleiner dan 5mm in alle extremiteitsafleidingen en/of kleiner dan 10mm in V1 tot V6 is, dan is er sprake van microvoltages. Van dit laatste is sprake. Oorzaken hiervoor kunnen cardiomyopathie, pneumothorax, obesitas, pericardvocht / tamponade, pleuravocht, myocarditis / pericarditis, harttransplantatie of een foute instelling van het apparaat zijn. De patiënt heeft obesitas dus hier kan sprake van zijn.
• Er is geen breed QRS complex. Het QRS complex was 80 ms en vanaf 120 ms is het te breed.
• Bij R-top progressie is er een toename van de R-top van V1 tot V4 en neemt daarna weer af. Er is in dit ecg normale R-top progressie.
Conclusie: geen pathologische Q-golven, geen ventrikelhypertrofie, geen breed QRS complex, normale R-top progressie. Wel microvoltages.
7. ST morfologie
Er is geen ST-elevatie
Er lijkt ST-depressie in V5. Dit wijst meestal op ischemie maar kan ook door bijv. linkerventrikelhypertrofie, hypokaliëmie of hypomagnesiëmie.
Negatieve T-toppen zijn normaal in AVR, V1 en III.
Er zijn negatieve T-toppen in aVR, V1 en III, dit is dus normaal. Er zijn echter ook negatieve T-toppen in II, V4 en V6. Dit kan wijzen op subendocardiale of doorgemaakte ischemie, LVH, of cardiomyopathie.
Ook lijkt in aVL er sprake te zijn van een vlakke T-top.
Conclusie: er lijkt in V5 ST-depressie en in aVR, V1, III, II, V4 en V6 negatieve T-toppen waarvan de laatste 3 niet normaal zijn.
1. Vergelijking met oude ecg
Het ecg is conform eerder ecg, de patiënt is bekend met chronisch atriumfibrilleren.
2. Conclusie
Er is geen sinusritme, er is sprake van atriumfibrilleren, hartfrequentie van 136/min, normale geleidingstijden, intermediaire hartas, geen breed QRS complex, geen ventrikelhypertrofie, normale R-top progressie, geen pathologische Q-golven.
Microvoltages, ST-depressie in V5 en negatieve T-toppen in aVR, V1, III, II, V4 en V6
Dit laatste kan wijzen op obesitas, cardiomyopathie, ischemie, hypokaliëmie of hypomagnesiëmie.
