ECG casus Laura Harbers

i6278245

Casus beschrijving: Pte van 86 jaar met opname interne geneeskunde i.v.m. val en wegraking, hyponatriëmie en een afwijkend ECG (heeft een pacemaker).

Vraagstelling: kan wegraking (ECI) komen door een cardiale oorzaak?

Interpretatie volgens stappenplan:
1. ritme: sinusbradycardie ( V3, oud achterwandinfarct (staat in RvG)
7. ST-morfologie: ST-elevatie in V2 en V3. Negatieve T-toppen in I, aVL, V5-V6 (lateraal)
7 + 2: vergelijking oud ECG
– ritmeverandering? Ja, sinusritme en geen PAC
– frequentieverandering? Ja, VF is 98/min
– verandering in geleidingstijden? Ja, PR-interval licht verlengd (0.207 s) en QTc-tijd normaal
– verandering in hartas? Nee, ook intermediaire hartas, meer richting +90 graden
– nieuwe pathologische Q’s? Pathologische Q’s in oud ECG bij III, aVF, V4-V6?
– verandering in R-tophoogte? Nee, ook hoge R-toppen in V2 en V3
– verandering in ST-segmenten? Nee, ST-elevatie in V2 en V3.
– verandering in T-toppen? Negatieve T-toppen in aVR en aVL

Conclusie: ja, de wegraking kan cardiaal zijn omdat een verlengd QTc kan leiden tot Torsade-de-Pointes/syncope, en een sinusbradycardie met PAC’s kan bradycardie-syncope of post-PAC pauze met asystolie veroorzaken