i6296896
Casus: Een 83-jarige vrouw met een voorgeschiedenis van hypertensie en toenemende kortademigheid presenteert zich na herhaaldelijk collabereren.
Vraagstelling ECG: Zijn er op het ECG aanwijzingen voor een cardiale oorzaak van het collabereren?
Ritme: Er is sprake van atriumfibrilleren. Er zijn niet overal duidelijke P-toppen zichtbaar voor het QRS-complex en de R-R intervallen zijn “onregelmatig onregelmatig” (irregulair).
Frequentie: Het betreft een tachycardie met een gemiddelde hartfrequentie van ongeveer 115 (300/ 2,6 grote hokjes) slagen per minuut (snel ventrikelantwoord).
Hart-as: in afleiding I is het QRS-complex positief, in aVF beetje negatief en in II beetje negatief; dit betekent dat deze patiënt een linkerhart-as heeft (ongeveer -45 graden)
P PQ QRS ST T: P= fibrillatiegolven, atriumfibrilleren. PQ= moeilijk te bepalen door P-fibrillatie. QRS= normale interval < 120ms (< 3 kleine hokjes), je ziet QS-complexen (= enkele negatieve golf) in III en aVF → Dit duidt op een (oud) inferior infarct. ST= Lichte ST-depressie in laterale afleidingen (V5-V6) en hoog-lateraal (I, aVL). QTc= 444ms (normaal) . T= kleine negatieve T-toppen in I en aVL (lichte repolarisatiestoornis hoog-lateraal, ischemie?)
Oud ECG: was er niet
Beantwoording vraagstelling: Het ECG toont atriumfibrilleren met snel gemiddeld ventrikelantwoord, wat samen met de BD-medicatie de duizeligheid/ collaps kan verklaren (orthostatische hypotensie of verminderde CO). Ook zijn er aanwijzingen voor een (oud) inferior infarct en lichte aspecifieke repolarisatiestoornissen lateraal die kunnen wijzen op ischemie bij een verhoogde zuurstofbehoefte van het hart.
