i6124835
Patiëntgegevens:
vrouw, geboren 1993
VGS: PCOS, obesitas, depressie + angststoornis (sociale fobie), congenitale heupdysplasie
Reden van aanvraag ECG:
Vader bekend met DCM, broer van vader heeft titine mutatie, vader niet. Heeft patiënte DCM?
Anamnese
Geen beperking qua inspanningstolerantie, maar sport niet. Soms palpitaties in nacht, overslagen. Geen tachyartimien. Geen pijn op de borst, soms wel steken op de borst, niet vast aan ademhaling. Nu weg. Geen klachten van dyspnoe; wel last van allergie.
Familieanamnese: vader 54 jaar toen hartklachten begonnen, dotter gehad. Dus waarschijnlijk geen DCM maar ischemische cardiomyopathie.
Roken: –
Alcohol: –
Drugs: –
Medicatie: citalopram, avamys
RR 154/85
ECG beoordeling systematisch
1) Ritme beoordeling
ECG: 2018
In afleiding 2 zie je dat je voor ieder QRS complex een P-top hebt. Deze P- toppen zijn positief. Ook in aVF en afleiding 1 zijn de P-toppen positief, hieruit kan je concluderen dat de atriale depolarisatie rechtsboven begint en naar linksonder toegaat, dus vanuit de sinusknoop naar de AV-knoop wat dus zeer suggestief is voor een sinusritme.
Als je kijkt naar de frequentie bij afleiding 2: dan is het 300/4.6 blokje groot= 65 BPM
Als je kijkt naar het ECG uit 2009 dan is de HR bijna 150 slagen per minuut (sinustachycardie?). Wel positieve P-toppen in afleiding 2.
2) Hart-as (netto richting van de elektrische krachten van ventrikeldepolarisatie)
Normaliter domineert de linkerkant van het hart, hier zijn namelijk meer hartspierspellen. Bij een normaal hart hebben al deze vectoren samen een netto vector die wijst naar linksonder.
De hartas valt normaal gesproken tussen afleiding 1 en afleiding aVF.
Bij deze patiënte zie je dat de QRS complexen in afleiding 1 en aVF meer positief dan negatief zijn. De hart-as is dus normaal omdat ie tussen -30 en +90 graden ligt. Er is dus sprake van een intermediaire hart-as.
Een andere methode om de hart-as te bepalen is om kijken naar het QRS complex op de ledemaatafleidingen en te bepalen op welke ledemaatafleiding dit QRS complex het meest isoelektrisch is (even positief als negatief). De hart-as staat loodrecht op deze afleiding. In het ECG van 2018 is het QRS complex het meest isoelektrisch in afleiding 3, dit geldt ook voor het ECG uit 2009.
3)Geleidingstijden en morfologie van de toppen
P, PQ,QRS, ST, T (morfologie en intervallen)
P-top mag niet te breed zijn (< 120ms), dat zou namelijk kunnen passen bij een linkerboezemoverbelasting (3 kleine hokjes is de afkapwaarde).
Bij onze patiënte is de P-top ongeveer 1.5 klein hokje breed, dus de P-top is normaal.
P-top mag niet te hoog zijn, dat zou kunnen passen bij een rechterboezemoverbelasting. 2 kleine hokjes verticaal) en niet breder dan 1 klein hokje (niet breder dan 40 ms of 0.04 sec).
ST- segment: de periode tussen ventriculaire depolarisatie (QRS-complex) en repolarisatie (T-top). Vaak is deze periode elektrisch stil. Heel belangrijk dat deze niet geeleveerd of gedeprimeerd is t.o.v. de basislijn die je voor de P- top ziet.
Bij onze patiente lijkt ie bij afleiding 2 op het ECG van 2009 wat gedeprimeerd te zijn t.o.v. de basislijn die je voor de P-top ziet of niet?
Bij onze patient is de RR ongeveer 0.96 seconden. De wortel hiervan is 0.98. De QT tijd is bij onze patient (bij het ECG uit 2018) 200 ms (5 kleine hokjes). QTc=200/ 0.98= 204 ms.
Alleen het ECG zelf heeft 405 ms berekend…hoe zit dat?
Bij onze patiënte lijken de meeste T-toppen wel symmetrisch te zijn toch? Is dit dan afwijkend?
Bij afleiding 1 zie je hoge T-toppen. Afwijkend?
Wat kan je verwachten bij gedilateerde cardiomyopathie?
– Linker atrium hypertrofie (kan atriumfibrilleren worden)
– Bi-atriale hypertrofie
– Linker ventriculaire hypertrofie of biventriculaire hypertrofie
– Linker bundeltakblok (rechterbundeltak blok kan ook), door cardiale dilatatie
– Deviatie van de hart-as naar links
– Slechte R- golven, met QS complexen in V1- V4 (pseudoinfarct patroon)
– Ventriculaire ectopie (type aritmie) met extra hartslagen of juist overslaan van hartslag.
– Ventriculaire dysritmie
Conclusie: deze fenomenen lijken niet aanwezig te zijn bij patiente dus kans dat zij DCM heeft is klein?
Echter, wel aanwezigheid van ST depressie bij afleiding 2 ECG 2009 en T toppen lijken niet altijd asymmetrisch te zijn. Kan dit duiden op een afwijkend ECG in de richting van DCM?
