Casus beschrijving:
74-jarige man met distale oesofagus carcinoom met metastase in de longen. Patiënt heeft chemoradiatie ondergaan. Nu toont de patiënt lage leukocyten, wat veroorzaakt kan zijn door de chemoradiatie. Ook heeft de patiënt een lage intake, sondevoeding uitgebraakt.
De patiënt heeft vannacht koorts gehad, met evidente koude rillingen, zweterig, bleek en klam, geen hoest of sputum, geen pijn op de borst of uitstralende pijn, wel pijn bij het plassen. Tevens had de patiënt een hoge pols en tensie.
Er is een rust-ecg afgenomen en een X-thorax.
VG: HIV, COPD, chronische stabiele nierfunctiestoornissen, myocardinfarct.
Medicatie:
Metoprolol:
Lipofiele selectieve β-blokker zonder intrinsieke sympathicomimetische activiteit (ISA). Het vermindert de invloed van adrenerge prikkels op het hart. Het hartminuutvolume en het cardiale zuurstofverbruik nemen af. Tevens wordt de AV-geleiding vertraagd en treedt een antihypertensief effect op. In de tablet met gereguleerde afgifte succinaat is de werkzame stof aanwezig in microgranules. Deze zijn omhuld door een membraan, die de afgifte van de stof regelt waardoor gedurende 24 uur gelijkmatige serumconcentraties worden verkregen. Anti-hypertensieve werking: meestal maximaal binnen 1 week. Na stoppen van een chronische therapie kan het effect nog vier weken aanhouden
ECG beschrijving:
- Ritme:
| De eigenschappen van normaal sinusritme (zie ook Grondbeginselen): |
| · Een P-top (boezemcontractie) gaat vooraf aan het QRS-complex
· Op iedere P-top volgt een QRS-complex · Het ritme is regelmatig, maar varieert licht met de ademhaling · De frequentie ligt tussen de 60 en 100/minuut. · De maximale hoogte van de P-top is 2,5 mm in II en/of III · De P-top is positief in II en AVF, en bifasisch in V1 |
P-top is positief in II, AVF. Een p-top gaat vooraf aan het QRS-complex en iedere p-top wordt gevolgd door een QRS-complex. P-toppen zijn niet hoger dan 2,5 mm in II en III.
ECG heeft een sinusritme.
- Frequentie:
De afstand tussen twee QRS-complexen bedraagt twee grote hokjes en een klein hokje. Frequentie ligt rond de 150 bpm (143 volgens de computer). Dit is tachycard.
- Geleidingstijden:
PQ-tijd:
1,5 kleine hokje, is 0,06 seconde. Normaal tussen de 0,12 en 0,20 seconde.
QRS-duur:
2-3 kleine hokjes, is 0,08-0,12 seconde.
De ventrikels depolariseren normaal gesproken binnen 0,10 seconde. Als ze er 0,12 seconde of langer over doen, spreek je van een geleidingsvertraging (linkerbundeltakblok of rechterbundeltakblok). Een QRS tussen 0,10 seconde en 0,12 seconde kan passen bij milde geleidingsvertraging zoals een linkeranterior-hemiblok of linkerventrikelhypertrofie.
QTc-interval:
8 kleine hokjes is 320-450 ms.
QTC is dan 0,494 sec
De normaalwaarde voor de gecorrigeerde QT-tijd (QTc) is korter dan 450 ms voor mannen en korter dan 460 ms voor vrouwen.
- Hart-as:
Positief in AVF, II en I. Zit dus in het intermediaire gebied.
- P-top:
P-top < 2,5 mm in II en III
2 kleine hokjes breed = 0,08 sec (normaal korter dan 0,12 sec)
P-top positief in II en AVF, V1 moeilijk te beoordelen.
- QRS-morfologie:
Hypertrofie criteria:
R in V5 of V6 + S in V1 > 35 mm. (het zogenoemde Sokolow-Lyon-criterium): R in V5 bijna 4 grote hokjes is groter dan 35 mm. V1 S bijna 4 grote hokjes, is groter dan 35mm.
R > 26 mm in V5 of V6;
R > 20 mm in I, II of III; in II groter dan 20 mm
R > 12 mm in AVL (mits geen LAFB)
Linker-ventrikelhypertrofie.
Microvoltages:
Als de QRS-uitslag (negatieve deel en positieve deel opgeteld) in de extremiteitsafleidingen nergens meer dan 0,5 mV bedraagt óf niet meer dan 1,0 mV in de voorwandafleidingen, spreekt met van microvoltages.
Niet het geval.
Normale R-top progressie.
- ST-morfologie:
ST-depressie in V3, V4, V5 en V6
- Vergelijking oude ECGs:
Geen normale P-top progressie: in V3 groter dan V5
ST-depressie V4
- Conclusie
Een sinustachycardie met linkerventrikelhypertrofie en ST-depressies in V3, V4, V5 en V6 wellicht uitgelokt door de tachycardie.
