ECG opdracht terugkomonderwijs 24.10.22 Coschap Beschouwend

I6212075

Naam student: Tristan Quadakkers
Studentnummer: I6212075
Coschap: Beschouwend
Stageplek: MDL, Zuyderland – Sittard

Casusbeschrijving: Opname IC in verband met cholangiosepsis
Vraagstelling: Patiënt (73-jarige man) heeft erg snelle pols, betreft dit een hartritmestoornis?

Beoordeling volgens stappenplan
1. Ritme
In afleiding II lijkt de P-top positief, maar in afleiding I is de P-top lastig herkenbaar. De P-top in V1 lijkt niet bifasisch. Op basis van deze gegevens zou er dus geen sprake zijn van een sinusritme. Bij verder inspectie van het ECG lijkt het ritme irregulair en de P-toppen niet uniform.
2. Frequentie
Bij een irregulair ritme tel je het aantal QRS-complexen in 30 grote hokjes (6 seconden) en vermenigvuldig je dit met 10. In afleiding I zijn binnen 10 hokjes 3 complexen zichtbaar. Dit leidt tot een grove schatting van 3 x 3 x 10 = 90 slagen per minuut. Uit aanvullende informatie van het ECG blijkt het daadwerkelijke hartritme te liggen op 92 BPM. De frequentie is op basis van dit ECG dus normaal.
3. Geleidingstijden
Hierbij kan gekeken worden naar de duur van het PR-interval, QRS-complex en het QT/QTc-interval. Het PR-interval bedraagt 226 ms, het QRS-complex is 139 ms en het QT/QTc-interval is 376/466 ms. Alle drie de geleidingstijden overschrijden hun normaalwaarde (respectievelijk 120-200 ms, 80-120 ms en QTc voor mannen 1,5-2,5 mm).
6. QRS-morfologie
Bij de beoordeling van QRS-morfologie kan gekeken worden naar tekenen van oude infarcering, hypertrofie, geleidingsvertraging of microvoltages. Betreffende het eerste punt mag er geen sprake zijn van een Q-golf in afleiding V1-V3. Echter in afleiding 3 is dit wel zichtbaar. Hoge voltages op het ECG worden beoordeeld aan de hand van verschillende indexen (bijvoorbeeld Sokolow of Cornell), maar naar mijns inziens mag wel gezegd worden dat de QRS-complexen in V3-V6 erg smal en hoog zijn. Dit kan indicatief zijn voor linkerventrikelhypertrofie. Ik zie geen tekenen van microvoltages (QRS <5 mm in alle extremiteitsafleidingen óf <10 mm in alle precordiale afleidingen).
7. ST-morfologie
Bij dit punt wort met name gelet op ST-elevatie dan wel ST-depressie. Deze zijn niet waarneembaar in dit ECG.

1. Vergelijking met ouder ECG
Er is geen oud ECG ter vergelijking, aangezien dit een nieuwe opname betreft zonder klinisch relevante voorgeschiedenis of cardiale problemen. Er kan daarom niet gekeken worden naar een LBTB, pathologische Q’s, ST-segmentafwijkingen, asdraai of een afname van de R-topprogressie in vergelijking met een eerdere situatie.
2. Conclusie
Concluderend kan gezegd worden dat er sprake is van een irregulair ritme zonder uniforme P-toppen. De frequentie is normaal, de geleidingstijden zijn enigszins verlengd (echter niet in dusdanige mate dat er sprake is van een geleidingsblokkade) en de hartas is intermediair. Kijkende naar de afzonderlijke componenten van de hartcyclus kan gezegd worden dat er tekenen zijn van oude infarcering en linkerventrikelhypertrofie. Al deze informatie leidt tot mijn conclusie en ook de diagnose in de praktijk: atriumfibrilleren de novo.