Vermoeidheidsklachten en palpitaties

i6153461

1. Ritme
a. Regelmatig
b. QRS niet verbreed
c. P-toppen zijn zichtbaar, maar ze zijn niet elke keer hetzelfde
d. Na elke p-top volgt een QRS complex, de interval tussen p-top en QRS complex is constant.
2. Frequentie
a. 60/min
3. Geleidingstijden
a. P-top = 80 ms (normaal)
b. PR interval = 160 ms (normaal)
c. QRS complex = 90 ms (normaal)
d. QTc interval = 440 ms (omdat HF 60 is, is de QTc hetzelfde als de QT) (normaal)
4. Hart-as
a. Positief in afleiding I en AVF, dus intermediaire hart-as.
5. P-top morfologie
a. In lead II een bifasische p-top lijkt het wel, eerst negatief en daarna positief. Dit komt doordat het signaal niet begint in de sinusknoop, maar op een plek tussen de atria in (denk ik?). Wijst op een niet-sinusritme, wel een ritme vanuit de atria, maar vanaf een andere locatie dan de sinusknoop, in dit geval vanuit een pacemaker.
6. QRS morfologie
a. Sprake van R-top progressie, geen pathologische Q-golven. Geen te hoge voltages. Geen tekenen voor linker- of rechterbundeltakblok. Geen microvoltages.
7. ST morfologie
a. Geen afwijkende ST morfologie.
8. Vergelijking oud ECG
a. Vorige ECG lastiger te beoordelen vanwege een slechte kwaliteit van het ECG. ECG daarvoor: p-toppen hebben andere morfologie (niet bifasisch). Er staat bij dat er sprake is van een sinusaritmie, maar ik zie dat zo snel niet in het ECG (even vragen waar ik dat dan aan zou kunnen zien).
9. Conclusie
a. ECG bij een atriale pacemaker.